
De mooiste plekken in Toscane
Onze route langs Siena, Volterra, San Gimignano, Arezzo en de Chianti
Het gebeurt zelden dat ik bij het ontdekken van een nieuwe bestemming zin krijg om me er te vestigen, maar Toscane is daar zeker een uitzondering op. Wat zijn de mooiste plekken in Toscane? Voor mij zijn dat Siena, Volterra, San Gimignano, Arezzo en de wijnstreek Chianti, met Pisa, Lucca en Firenze als klassiekers erbij.
Drie weken lang trokken we door de Toscaanse heuvels: eerst met de trein langs de bekende kunststeden, daarna met een huurauto het platteland op. In deze blog lees je onze route, wat je per plek zeker moet zien, waar we lekker aten en dronken, en wat er nog op ons lijstje staat voor een volgende keer.
Tekst en foto's: blogger Jerry Vandyck
Onze route langs de mooiste plekken in Toscane
We reisden eind mei, begin juni, en deden het zo:
- Pisa: de start van onze reis, met de scheve toren als eerste stop.
- Lucca: met de trein, een korte rit vanuit Pisa.
- Firenze: 4 dagen kunst, cultuur en lekker eten.
- Het platteland: met een huurauto naar Strove, een gehucht vlak bij Monteriggioni. Van daaruit maakten we dagtrips naar Siena, Volterra, San Gimignano, Arezzo en de Chianti.
Ons advies: combineer de steden met de trein en neem pas een auto voor het platteland. In de steden heb je die niet nodig, en de meeste binnensteden zijn autovrij.
Pisa, Lucca en Firenze: de klassiekers
Het bezoek aan Pisa was een goede start van onze reis. De scheve toren op de Piazza dei Miracoli moet je gezien hebben, maar Pisa is een drukbezocht openluchtmuseum: je trekt daar niet heen voor een ontspannen vakantie van 3 weken. Een halve dag tot een dag is genoeg.
Na Pisa namen we de trein naar Lucca, een heel mooi ommuurd stadje waar het fijn is om door de smalle straatjes te kuieren. Op de brede middeleeuwse stadsmuren rond het centrum kun je wandelen of fietsen, met uitzicht over de daken van de stad.
Daarna verbleven we 4 dagen in Firenze (Florence), de hoofdstad van Toscane. De Duomo, de Ponte Vecchio en de Uffizi zijn de bekende trekpleisters, maar het is er ook druk. Onze favoriete eetadresjes lees je in onze blog over de lekkerste plekjes in Firenze. Daarna was het tijd om het platteland op te trekken en het 'echte Toscane' te ontdekken.
Siena, werelderfgoed voor jong en oud
Op een twintigtal minuten rijden van Monteriggioni ligt de bruisende stad Siena. Deze stad, met een rijke geschiedenis die teruggaat tot in de middeleeuwen, mag zeker niet ontbreken op je to-dolijstje wanneer je in Toscane op vakantie bent. Net zoals Pisa, Firenze en heel wat andere plaatsen in Toscane staat ook Siena op de werelderfgoedlijst van UNESCO. En terecht!
Het centrum van de stad wordt gekenmerkt door de vele smalle straatjes, die uiteindelijk allemaal maar 1 richting uit lijken te gaan: het centrale stadsplein, de Piazza del Campo. Op dit hellende plein, omgeven door talrijke restaurantjes (die trouwens behoorlijk prijzig en vaak niet meer authentiek zijn), vindt ook de jaarlijkse 'Palio' plaats. Een paardenrace die al sinds 1287 gehouden wordt tussen de 17 stadswijken. Wij waren er eind mei, begin juni en misten zo helaas dit spektakel, dat elke zomer 2 keer plaatsvindt: op 2 juli en 16 augustus. Wil je deze historische race zelf eens bijwonen? Hou dan vooraf rekening met je reisdata.
Siena is ook een van de grootste studentensteden van Italië. Het heeft een universiteit van bijna 800 jaar oud en dankzij het Erasmusprogramma trekt het ook studenten van buiten Italië aan, ook uit België. Zo verloor comedian Michaël Van Peel zijn hart in Siena toen hij er op Erasmus zat, en besloot hij vele jaren later in deze Toscaanse stad in het huwelijksbootje te stappen.
Volterra, de Romeinen achterna
Verrassend rustig, dat is me zeker bijgebleven als ik terugblik op ons bezoek aan Volterra. Misschien hadden we geluk, want Volterra is echt een pareltje dat je sowieso inplant tijdens je verblijf in Toscane. Vanuit Strove reden we er een klein uur over tot op de stadsparking. De binnenstad is terecht helemaal autovrij. Je parkeert je wagen dus aan de rand van de stad, waarna je de klim naar binnen aanvat. Ja, ook deze stad ligt op een heuvel, zoals zoveel steden in Toscane, maar Volterra steekt er toch net wat bovenuit.
Volterra wordt niet voor niets 'de stad van de wind' genoemd. De stad staat ook bekend om haar albastindustrie. Albast is een wit, licht doorschijnend gesteente dat makkelijk te bewerken is, zodat men er mooie beeldhouwwerken in alle formaten van kan maken. Vaak is het resultaat heel mooi, soms ook wat kitscherig. Een levensgrote David in je tuin? In Volterra vind je zeker een exemplaar in albast, al betaal je daar wel gauw vele duizenden euro's voor.
Aan de rand van de stad ligt ook een oude Romeinse site die we niet zo bijzonder vonden. Het oude ondergrondse waterbekken is dan wel weer speciaal, zeker omdat je erin kunt afdalen en het er lekker koel is. De Romeinen en Etrusken hebben duidelijk hun stempel gedrukt op Volterra. Een andere getuige daarvan is La Fortezza (de Fortezza Medicea), een bombastisch en imposant bouwwerk aan de rand van de stad dat vandaag dienstdoet als gevangenis. Bezoeken kan helaas niet (tenzij je iets mispeutert natuurlijk). Tegenover de ingang ligt een goed traditioneel restaurant, Osteria La Pace, waar we genoten van een lekkere lunch.
San Gimignano, de stad van de middeleeuwse torens
Wie Toscane bezoekt, moet bijna verplicht langs San Gimignano. Het is een van de mooiste stadjes en staat bekend als 'de stad met de mooiste torens'. Ooit stonden er maar liefst 72 torens in de stad, vandaag blijven er daar nog 14 van over. De torens, die vroeger met bruggetjes met elkaar verbonden waren, waren vooral een statussymbool: hoe hoger je toren, hoe rijker je was.
Wijnliefhebbers vinden hier de oorsprong van de wereldberoemde Vernaccia, een witte wijn waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 13de eeuw. Eén ding viel ons wel op bij aankomst in San Gimignano: druk! We waren nog maar net bekomen van de drukte in Firenze en dachten verlost te zijn van de busladingen toeristen, maar dat was buiten de populariteit van San Gimignano gerekend. Ons advies: bezoek het stadje in de vroege namiddag, dan is het minder druk.
Arezzo, la vita è bella!
Omdat Arezzo het verst van onze verblijfplaats lag, trokken we er een hele dag voor uit. Niet toevallig bezochten we Arezzo op een zondag: dan was er de grote antiek- en rommelmarkt rond de Piazza Grande, die een groot deel van de binnenstad beslaat. Die Fiera Antiquaria vindt elk eerste weekend van de maand plaats, dus plan je bezoek daarop. We houden ervan om al kuierend zulke marktjes af te lopen, dus deze konden we niet links laten liggen.
Het was duidelijk dat we niet de enige toeristen waren, en dat merk je ook aan de prijzen. Afdingen is hier dus de boodschap, maar geen sinecure.
Wie de film La vita è bella gezien heeft, zal wellicht enkele plekken in Arezzo herkennen. Met wat verbeelding zie je Roberto Benigni op zijn fiets over het marktplein rijden terwijl hij 'Buongiorno principessa!' roept.
Chianti, met de Fiat Panda door de heuvels
Voor wijnliefhebbers is de Chiantistreek een must als je in Toscane bent. Verschillende uitgestippelde routes brengen je langs de beste wijnhuizen, en in de meeste ben je welkom voor een rondleiding en een proeverij. Wij trokken met onze Fiat Panda langs de Chiantigiana, de SR222 tussen Firenze en Siena, een route door glooiende heuvels vol wijngaarden, olijfbomen en cipressen. Onze eindbestemming was Greve in Chianti, waar we een van de grootste enoteca's (wijnkelders) van de streek bezochten voor een individuele proeverij: Enoteca Falorni.
Het concept is heel eenvoudig. Bij binnenkomst krijg je een herlaadkaart waar je zelf een bedrag op laat zetten met je bank- of kredietkaart. Daarna loop je op je eigen tempo met je wijnglas rond in de immense wijnkelder. Je scant je kaart bij de wijn die je wilt proeven, kiest zelf hoeveel centiliter je wilt, en genieten maar. Dankzij dit leuke concept kun je ook de duurdere wijnen proeven zonder meteen een heel glas te nemen. Tussendoor kun je even gaan zitten met een plankje Italiaanse delicatessen, uiteraard met een heerlijk glas wijn erbij.
De mooiste streek van Toscane: Chianti of Val d'Orcia?
Vraag je ons wat het mooiste deel van Toscane is, dan kiezen wij voor de Chianti: wijngaarden zover je kijkt, kleine dorpjes en een glas wijn als beloning. Maar de streek die je op de meeste postkaarten ziet, is de Val d'Orcia, ten zuiden van Siena. Met zijn glooiende heuvels en rijen cipressen staat dat landschap op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Op ons lijstje voor een volgende keer
Hoe lang je ook blijft, je ziet nooit alles. Deze plekken staan nog op ons lijstje:
- Pienza: het renaissancestadje in de Val d'Orcia, bekend om zijn pecorino en het uitzicht over de vallei.
- Montepulciano: hooggelegen wijnstadje, thuis van de Vino Nobile.
- Montalcino: het stadje van de Brunello, een van de bekendste rode wijnen van Italië.
- Cortona: middeleeuws stadje op een heuvel, niet ver van Arezzo.
- De Toscaanse kust: badplaatsen zoals Viareggio en Forte dei Marmi, als je cultuur wilt combineren met strand.
Hotels in Toscane
Zin gekregen in Toscane?
In ons aanbod vind je honderden hotels in Toscane, van Firenze en Siena tot kleinere stadjes op het platteland. Bekijk de vakanties in Toscane of ontdek alle mogelijkheden op onze pagina last minute Italië.
Wil je net als wij de heuvels doorkruisen? Huur dan een auto in Toscane bij Sunnycars.
Ook leuk om te lezen:
Pisa, de stad met de scheve toren
Lekkere adresjes in Firenze
De mooiste steden van Italië
Citytrip Firenze
Italië
· Florence
· Florence